Nanoah Struik krijgt van diens oma in Nigeria een nieuwe naam: Iwinosa. Nigeria, diens familie in het land en zelfs ook Nanoah’s huidskleur waren heel lang ver weg. Hen, die destijds geen goede relatie met hun Nigeriaanse vader had, voelde er niets bij. Maar dat verandert met Black Lives Matter. Nanoah gaat op zoek naar diens roots en reist naar Nigeria. Drie keer zelfs. Die reizen beschrijft hen in dit boek, Benin Boi.
Nanoah Struik is queer activist, podcastmaker en spreker. Hen was in 2019 de tweede persoon in Nederland die een X in hun paspoort kreeg, en de eerste trans persoon die dat realiseerde. Na Leonne Zeegers, intersekse persoon.
Het boek Benin Boi volgt na een podcastdocumentaire ‘In Afrika Besta Ik Niet’, Die maakte hen voor Omroep ZWART. Boi is een woord dat non-binair masculiene personen soms gebruiken. De familie van Nanoah van vaders kant komt uit Benin. Benin Boys is een rapnummer van de Nigeriaanse Rema.
Daar, in Nigeria, bestaat dat niet, zegt Nanoah’s vader. Noanoah’s ouders zijn gescheiden sinds die 9 was. Toen hij later hoorde dat Nanoah op meisjes viel, zei hij: je bent niet langer mijn kind. En toen hen vertelde dat hen diens borsten ging verwijderen, was vader opnieuw diep teleurgesteld. Dat was niet zoals God het bedoeld had. De gedachte kwam op bij Nanoah: Als ik dan niet besta in Afrika, bestaat Afrika niet voor mij.
Zwart, queer en non-binair
Maar met Black Lives Matter, en de moord op George Floyd op 25 mei 2020 verandert dat. Nanoah verbindt zich aan diens roots, de kleur van zijn vader en wordt er ook trots op. Heb realiseert zich: dit is wie ik ben. Niet voor het eerst, want diens identiteit is al langer een thema. Zwart, queer en non-binair.
Nanoah heeft via sociale media wel contact met zijn familie. Met zijn halfbroer bijvoorbeeld, maar die heeft al laten weten dat hij er niet in kon meegaan dat Nanoah een vriendinnetje zou hebben. Het gaat allemaal door diens hoofd. Hen wil de familie van diens vader leren kennen en vooral ook oma nog een keer zien voor ze overlijdt. Het gaat niet goed met oma.
Maar, denkt Nanoah, ze zullen me intimideren en bedreigen op het vliegveld. Mijn familie wijst me de deur als ze mijn platte borstkas zien en ze lachen me uit. Op straat zullen ze zien dat ik queer ben en slaan ze me bewusteloos.
Hoe ze in Nigeria echt reageren zodra Nanoah voor de deur staat, moet je maar lezen in het boek. Misschien zegt het al iets dat Nanoah nog een paar reizen maakt, en zelfs diens vriendinnetje meeneemt. Ze gaan op zoek naar de verborgen queer-scene in Nigeria, ze bezoeken besloten bars en ontmoeten er ook trans mensen.
Black and proud. In Nigeria zien ze Nanoah soms nog als een oyinbo (een witte persoon), maar diens familie in Benin biedt een warm nest. Met vader ontstaat ondanks alle troebelen in het verleden weer een goede band. Toch is bij Nanoah in Nigeria de angst en zorg nooit helemaal weg. Het blijft spannend om zo’n reis te maken. Maar steeds meer voelt het voor Nanoah als thuiskomen, een tweede thuis.