« terug naar overzicht

Gelijke Behandeling

Gelijke Behandeling

Wetgeving is voor transgender personen van groot belang. Vooral wanneer het gaat om gelijke behandeling en erkenning voor de wet.

Artikel 1 van de grondwet regelt dat iedereen voor de wet gelijk is en dat het verboden is te discrimineren. Dit grondwetsartikel is verder uitgewerkt in strafbaarstelling van discriminatie volgens de Strafwet en de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB).
Discriminatie “op welke grond dan ook” is verboden volgens de grondwet. Niettemin vindt TNN het belangrijk dat transgender personen ook in de AWGB en de Strafwet een eigen grond hebben die hen tegen discriminatie beschermt.

GESLACHT

Nu is het zo dat transgender personen zich op de grond ‘geslacht’ moeten beroepen wanneer zij met discriminatie te maken krijgen. Dat is zo ontstaan door uitspraken van het Europese Hof voor de rechten van de Mens. Die stelde dat “transseksuele” personen hier beroep op konden doen. Daarna volgde nog een aanbeveling van de Raad van Europa dat lidstaten de bescherming van discriminatie voor transgender personen goed moesten regelen. De Nederlandse overheid vindt sindsdien dat de grond ‘geslacht’ daarin voldoet.
TNN is het daar niet mee eens. Mensen denken dat de grond ‘geslacht’ gaat over onderscheid maken tussen mannen en vrouwen. Dat klopt ook, maar transgender personen voelen zich daardoor niet erkend in de AWGB. Ook de overheid doet er weinig aan om het bekender te maken dat discriminatie van transgender personen verboden is op grond van geslacht.

STANDPUNT

Daarom pleit TNN voor het opnemen van de grond ‘genderidentiteit en –expressie’ in de AWGB en in de Strafwet. Zo hebben transgender personen, andere burgers en de overheid meer houvast in het voorkomen en bestrijden van discriminatie van die eerste groep mensen. Het College voor de Rechten van de Mens spreekt zich sinds enkele jaren ook al uit vóór het opnemen van deze grond in de AWGB.