Transgender Netwerk Nederland – Longread


Hoe trans en queer personen zichzelf zichtbaar maakten in de taal 

Taal bepaalt wie zichtbaar is en wie buitengesloten wordt. Daarom is het voor mensen die zich geen man en geen vrouw voelen voortdurend een pijnpunt als ze worden aangesproken met ‘hij’ en ‘zij’. Om die reden gebruiken wij sinds enkele jaren de voornaamwoorden ‘hen’ en ‘die’. Maar hoe gingen genderqueers en non-binaire personen twintig jaar geleden met taal om? Dit artikel laat de verschillende manieren zien waarop non-binaire personen zichzelf omschreven.

Kam Wai Kui
Kam Wai Kui

We maken een sprong terug in de tijd, naar de herfst van 2001. In Amsterdam is vijf dagen lang het Nederlands Transgender Filmfestival gaande. Het is voor het eerst dat zoiets in Nederland wordt gehouden. Dit vijfdaagse feest heeft als doel om te laten zien hoe divers de transgender gemeenschap is. Lang niet alle aanwezigen identificeren zich hier met de identiteiten ‘man’ of ‘vrouw’. Veel bezoekers voelen zich meteen thuis zodra ze binnenkomen bij Cinema de Balie. Elke zaal is uitverkocht. Sommigen identificeren zich niet als transgender, maar hanteren liever de term ‘genderqueer’, om te laten zien dat ze een leven leiden zonder aanduiding van een duidelijk hokje. Kam Wai Kui – lid van stichting T-Image en organisator van het filmfestival – programmeert films uit Zuidoost Azië waarin verschillende genderidentiteiten geuit worden.

Het Transgender Filmfestival blijkt een groot succes en twee jaar later organiseert Kam Wai een tweede editie. Het valt hem op dat de genderqueer bezoekers zoeken naar juiste woorden waarmee ze aangesproken willen worden. Daarom besluit hij om tijdens een derde editie – die in mei 2005 gehouden wordt - een paneldiscussie te houden, gericht op gender buiten de tweedeling man/vrouw.

De Balie – de week voor het filmfestival
De Balie – de week voor het filmfestival
Foto © Kim Wai Kui

Om zo inclusief mogelijk te zijn in de taal, hanteren de organisatoren van het filmfestival een asterisk bij het woord trans. “Dat is naar Duits gebruik”, blikt medeorganisator Justus Eisfeld terug, een van de grondleggers van Transgender Netwerk Nederland. “Die asterisk laat zien dat er meer identiteiten zijn dan alleen transseksueel, transgender of travestie. Die expansie was toen nog vrij ongebruikelijk.”

Het tweejaarlijkse filmfeest bij de Balie wordt een plek waar gelijkgestemden elkaar vinden. Op de laatste avond van het Transgender Filmfestival gaan acht mensen met elkaar uit eten in restaurant La Festa. De acht mensen voelen zich maar ten dele thuis in de bestaande sekse- en gendergeoriënteerde groepen. Sekse, gender en seksualiteit is veel breder, stellen zij.

Aan tafel besluit de groep om een eigen beweging op te richten, met als doel om de genderdiversiteit te laten zien. De oprichters vernoemen hun groep naar het gerecht dat op tafel staat: The Noodles. Want net zoals er vele soorten noedels zijn, bestaan er vele genders.

Jiro Ghianni
Jiro Ghianni
Foto © Jasper Groen

Portret Jiro Ghianni

Jiro Ghianni is een gendervrije transman, die zich vanaf het einde van de jaren ’90 inzette als activist voor de biseksualiteits- en de transbeweging. Jiro – die graag aangesproken wordt met de pronouns ‘hij’ of ‘het’ - was aangesloten bij The Noodles, een collectief bestaande uit queer personen.

“Toen ik actief was in de biseksuele beweging hadden veel transgender personen vragen over hun gender. Iemand uit Groningen begon daarom met een Genderbende mailinglist. Dat was eigenlijk een van de voorlopers van The Noodles. We kwamen veel bij elkaar. We waren vooral op zoek naar herkenning. Elke keer als er iets over androgyne of gender non conforme mensen in media voorbijkwam discussieerden we erover. Dan gingen we samen kijken naar VHS opnamen: dingen die we van televisie hadden opgenomen waar een transpersoon in voorkwam. Helaas waren dat heel vaak fragmenten van Jerry Springer of de talkshow van Catherine Keyl, dus daar werden we niet blij van. De beeldvorming was heel erg ’freak’ achtig.

Het boek Man of vrouw, min of meer van Tim de Jong kwam als donderslag bij heldere hemel. In dat boek werd aan de hand van portretten van verschillende transgender personen duidelijk dat er meer was dan man of vrouw. We hadden nog niet de goede taal, maar in dat boek zie je al dat er veel wordt gezocht naar genderqueer identiteiten. De mailinglijst bloedde dood uiteindelijk, maar we zagen elkaar weer bij het Nederlands Transgender Filmfestival, waar ook The Noodles werden opgericht. We hielden bijeenkomsten in cafe De Gijs, een travestievriendelijke bar. Later verhuisden we naar café Saarijn II.

„We waren vooral op zoek naar herkenning. Elke keer als er iets over androgyne of gender non conforme mensen in media voorbijkwam discussieerden we erover.”

Archief-foto van een Noodles bijeenkomst
Archief-foto van een Noodles bijeenkomst

Veel transgender personen vonden herkenning op het Nederlands Transgender Filmfestival, georganiseerd door Kam Wai Kui. Er was honger naar positieve beelden. Het was zo belangrijk dat het niet in een kraakpand achteraf werd gehouden, maar in Cinema de Balie, een aanzienlijke plek. Dat was zo bijzonder, want trans-zijn was het ergste wat je kon zijn. In dat festival zag je diverse soorten transpersonen. Iemand met een gezin of een relatie of iemand had een leven als vrachtwagenchauffeur. Voor mij was het de eerste keer dat ik transmannen zag. Die had ik nog nooit gezien. Ik dacht er niet eens over na dat het de andere kant op kon.

Voor mij betekende het festival ontzettend veel. Je kon er veilig rondlopen als trans en anderen ontmoeten. Er was daar de film ‘Gendernauts’, over astronauten maar dan met gender. Dat was voor mij heel bijzonder. Transpersonen gingen daarin kunstzinnig om met hun gender en hadden daar een eigen naam voor. Er zaten allemaal non-binaire personen in, zonder dat het woord al bestond. De mensen zweefden tussen de genders of zaten er – zoals ik – helemaal buiten.

Jiro draagt een fakkel bij de Transgender Gedenkdag in 2007
Jiro draagt een fakkel bij de Transgender Gedenkdag in 2007
Archieffoto The Noodles

‘Zhij’ en ‘zhaar’ gebruikten we veel, maar we vonden het niet altijd mooi. In het Noodles Café hadden we de regel om eerst aan iemand te vragen hoe die aangesproken wil worden. Niemand gaf aan om met ‘zhij’ en ‘zhaar’ aangesproken te worden. In plaats daarvan gebruikten wij deze woorden altijd als wij over iemand anders praatten. Het was een beleefdheidsvorm voor als je het over iemand anders had.

Voor mezelf gebruikte ik het woord ‘het’, want ik kon niets vinden wat mij zinde. Dat woord gebruikte ik jaren, maar het was wel lastig. Veel mensen vonden het een naar woord. Toen ben ik er uiteindelijk mee gestopt. Als niemand mij met ‘het’ wil aanspreken, heb ik liever dat mensen ‘hij’ zeggen, maar het is een gevecht. Het liefst heb ik dat mensen helemaal geen voornaamwoord gebruiken, maar een naam. Dat deden we bij de Noodles ook wel.

We hadden bij de Noodles een Trans-polari. Dat was lijst met daarop een underground taal die vooral werd gebruikt door de Noodles tijdens het Noodlescafé. Een voorbeeld is de uitdrukking ‘voor de oorlog’ en ‘na de oorlog’. De oorlog verwees hier naar de transitie. Mensen die zich zowel mannelijk als vrouwelijk identificeerden, heetten destijds transgenderisten. Wij noemden hen in de Trans-polari al ‘non-binair’.”

vreer Verkerke
vreer Verkerke
Foto © Jasper Groen

Pronouns uit de jaren ’90

The Noodles zou later uitgroeien naar wat we nu kennen als Transgender Netwerk Nederland. Het was een van de bewegingen die de genderindeling van man/vrouw kritisch bevroeg. Deze groep organiseerde jarenlang de Transgender Day of Remembrance, waar de slachtoffers van anti-transgender geweld herdacht worden. Een van de oprichters van The Noodles is vreer Verkerke. “Zoals de wind waait, waait mijn gender”, stelt vreer. De naam vreer (opzettelijk geschreven met een kleine v, omdat vreer identiteit niet belangrijk vindt) is dan ook een samentrekking tussen ‘vrouw’ en ‘heer’.

Zichtbaarheid in de Nederlandse taal was iets waar The Noodles zich al mee bezighielden. Anno 2021 wordt vreer graag aangesproken met de voornaamwoorden ‘hen/hun’, maar twintig jaar eerder gebruikte hen de pronouns ‘zhij’ en ‘zhaar’. Meerdere transgender personen gebruikten deze voornaamwoorden in de vorige eeuw, totdat ‘hen/hun’ in Nederland geïntroduceerd werd. Als bezittelijke toevoegingen waren ook woorden als ‘haam’ en ‘zaan’ gangbaar. Om een voorbeeldzin te gebruiken: 'Zorg dat zhij haam zaan sleutel geeft'.

Het is lastig om aan te wijzen wanneer deze woorden voor het eerst gebruikt werden. Wel kan met zekerheid gezegd worden dat transgender personen in de jaren ’90 al met deze woorden experimenteerden. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de organisatie Het Jongensuur, waar de leden zich niet identificeerden met de klassieke vrouw-naar-man transseksueel. Een ander sekseneutraal voornaamwoord was ‘per’, verwijzend naar het Engelse woord ‘person’.

vreer met roze vlag tijdens de Roze Zaterdag in 2004
vreer met roze vlag tijdens de Roze Zaterdag in 2004
Archieffoto The Noodles

Voorstellen om genderneutrale voornaamwoorden te gebruiken, kwamen echter niet alleen vanuit de transgender community. Sommige feministen bekritiseerden aan het einde van de 20e eeuw de wijze waarop mannelijke verwijzingen in de taal de norm waren. Daarom stelde feministe Milly van den Eijnde op 23 december 1995 in NRC Handelsblad voor om 'xij', 'haam' en 'heur' te gebruiken in plaats van 'hij', 'hem' en 'zijn'. Volgens haar was de indeling van ‘hij’ en ‘zij’ vrouwonvriendelijk, omdat ‘hij’ als neutraal gezien werd. Lezers reageerden negatief op dit voorstel; de woorden waren te verwarrend.

De zoektocht naar de juiste voornaamwoorden speelde ook tijdens het Transgender Filmfestival. Kam Wai blikt terug: “De Canadese performer Ivan Coyote werd in de persberichten en folders aangeduid met ‘hij’. Toch vond Coyote dat lastig. Die had immers veel affiniteit met de lesbische scene. Dat woordje ‘hem’ ging toch iets te ver.” Daarom besloten Kui en Coyote om de introductie af te wisselen met zowel de voornaamwoorden ‘hij’ als ‘zij’.

Ivan Coyote was niet de enige die het woord ‘hij’ te beperkend vond. “Drew Dennis, de festivaldirecteur van het Vancouver Queer filmfestival, was ook aanwezig”, herinnert Kam Wai nog. “Woorden als ‘hij’ en ‘hem’ werden bij hem compleet weggelaten. Het team sprak alleen maar over de naam Drew.”

Pronouns in statuten

Jaren later kwamen verschillende organisaties, waaronder The Noodles, bij elkaar en vormden Transgender Netwerk Nederland (TNN). Tijdens de officiële oprichting in 2008 hanteerden de oprichters de woorden zhij/zhaar in hun documentatie. In deze artikelen en rapporten werden niet alleen non-binaire personen met deze woorden omschreven, maar elk persoon wiens geslacht niet duidelijk was. Om een voorbeeldzin te geven uit een brief van TNN: En als een rechter niet zeker is van zhaar zaak zal zhij extra deskundigen willen oproepen wat weer extra tijd en geld kost.

De oprichters van TNN wilden deze woorden bovendien vastleggen in de officiële statuten. Eerder schreef Eisfeld – een van de oprichters - iedereen te vertegenwoordigen die zich niet thuis voelt in zijn/haar/zhaar geboortegeslacht. Het op papier zetten van genderneutrale voornaamwoorden bleek echter een onmogelijke opgave.

Carolien van de Lagemaat, die van 2007 tot 2015 voorzitter van TNN was, herinnert nog dat de eerste akte van oprichting werd afgekeurd vanwege de voornaamwoorden. Genderneutrale voornaamwoorden werden door de notaris niet als correct Nederlands gezien. Carolien vertelt: “We zochten naar mogelijkheden hoe we onze akte langs de notaris konden krijgen. Het is heel gek dat je datgene waarnaar je wil streven niet kan opschrijven, omdat het verboden wordt.” Uiteindelijk losten de oprichters het op door een bijzin erin op te nemen dat er gestreefd werd naar neutrale voornaamwoorden.

Zeker tientallen jaren werden de woorden zhij/zhaar gebruikt. Hoe kan het dan dat deze pronouns nooit zijn ingebed in de Nederlandse samenleving? Een nadeel van deze woorden was dat zij alleen werkten in geschreven taal. Wanneer je het woord ‘zhij’ uitspreekt, klinkt dat nog steeds als vrouwelijk. Sommigen losten dat op door 'zhij' uit te spreken als 'zjij'. Daarbij kwam dat transgender personen verschillende varianten gebruikten om zichzelf te identificeren. Bovendien werden initiatieven voor genderneutrale woorden sceptisch ontvangen door taalkundige experts.

Introductie van ‘vij/her/zaar’

Om die sceptische houding van taalkundigen te illustreren, maken we een sprong naar 2012. Dit jaar kwam taalwetenschapper Marc van Oostendorp met een voorstel richting TNN voor een nieuw voornaamwoord. “We hebben hij, zij en gij. Waarom dan niet vij? Ook een woord met een zachte klank”, zo beargumenteerde Van Oostendorp.

De volledige aanduidingen van dit woord waren vij/her/zaar. ‘Her’ was een alternatief voor ‘hem’; ‘zaar’ zou ‘zijn’ vervangen. Het woord ‘vij’ kende echter een korte geschiedenis. Het genootschap Onze Taal zag weinig toekomst in dit woord: de leden zagen het als een woord dat veel inspanning van iedereen zou vergen en bovendien schreven zij het voorstel af als ‘nutteloos’. Het genootschap constateerde dat sekseneutrale woorden er wel degelijk waren, maar dat mensen die niet wilden gebruiken.

Zo concludeerde Onze Taal dat woorden als ‘die’ en ‘het’ sekseneutraal zijn, maar niet gebruikt worden. Dat Nederlanders deze woorden liever niet gebruiken, interpreteerde het genootschap als bewijs dat mensen behoefte hebben aan onderscheid tussen man en vrouw. Dat maakte de woorden vij/zaar overbodig, concludeerden de taalkundigen. Daarmee werden de woorden in korte tijd zowel geïntroduceerd als afgeschoten. Van Oostendorp zelf zei in 2020 dat het woord eigenlijk een grapje was. Het was iets dat het in de praktijk nooit zou halen, stelde hij.

Maar dat was niet het enige waar taalkundigen kritisch over waren. Andere manieren om genderinclusiviteit in de taal te bewerkstelligen, zoals een asterisk bij het woord trans – wat Eisfeld introduceerde bij het Transgender Filmfestival - oogstte ook kritiek. Dat werd gezien als te cosmetisch: iets dat te ver van ons schrijven afstaat. Bovendien bleef volgens hen het probleem overeind dat er voor de gesproken taal niks veranderde.

Ondanks het scepticisme tegenover vij/zaar verdwenen deze pronouns niet gelijk. Van de Lagemaat probeerde het zoveel mogelijk te gebruiken in presentaties en bijeenkomsten. Het woord ‘vij’ was zo’n woord wat nieuw was. Persoonlijk vond ik dit het mooiste woord”, blikt ze terug. “Net als de woorden ‘zij’ en ‘hij’ heeft het zachte klanken.”

Al snel bleek echter hoe moeilijk het was om dat woord te gebruiken. Van de Lagemaat vertelt: “Ik gebruikte het in bijeenkomsten en rapporten die niet over transgender gingen. Het probleem daarbij was dat rapporten niet meer werden gelezen. De aandacht ging van de inhoud van het rapport naar iets heel anders.”

De toepassing van de voornaamwoorden vij/zaar had dus een averechts effect. Toch wilde de TNN-voorzitter de woorden niet loslaten. “Een woord wordt pas normaal als het in het normale spraakgebruik gebruikt wordt. En als het normaal geworden is, moeten we ‘hij’ en ‘zij’ vervangen door ‘vij’. Juist daarom moeten we het daarbuiten gebruiken in rapportages. Ik gebruik het in colleges bijvoorbeeld. En daar kom ik het probleem tegen dat de focus dan teveel ligt op mijn transgender-zijn. Eigenlijk moeten mensen die niet transgender zijn deze woorden gaan gebruiken. Ik wil graag deze woorden weer heringevoerd hebben.”

Historische poging

Pogingen om een sekseneutrale aanduiding in de taal te krijgen, gaan eeuwen terug. De beroemde dichter P.C. Hooft introduceerde een derde variant naast ‘hij’ en ‘zij’. Hij kwam uit op het woord ‘hum’ en streefde ernaar dit woord aan het Nederlands toe te voegen (naar analogie van ‘hen’ en ‘hun’). In het manuscript van de ‘Nederlansche Historiën’ gebruikt Hooft als meewerkend voorwerp systematisch het nieuwe woord ‘hum’. In een latere versie veranderde hij, teleurgesteld door gebrek aan navolging, elk woord ‘hum’ weer in ‘hem’. Later beschouwden taalkundigen ook deze vorm als te oud, of te onbekend om als bestaande vorm aan te slaan. Als gevolg raakten ze in de vergetelheid.

Hen/hun en die/diens: de taalverkiezing van TNN

Met deze sceptische houdingen en afwijzingen werd het trans en queer personen voortdurend moeilijk gemaakt om zich te uiten in de Nederlandse taal. Voornaamwoorden als ‘zhij/zhaar’ of ‘vij/zaar’ werden nooit breed geaccepteerd in de maatschappij. En toen kwam het jaar 2016, waarin de voornaamwoorden ‘hen/hun’ en ‘die/diens’ geïntroduceerd werden.

Nederlandse kranten voorspelden dat deze woorden het niet lang zouden volhouden. Maar het tegenovergestelde gebeurde… Vijf jaar na de introductie van deze pronouns zijn ze opgenomen in de digitale Van Dale en in diverse stijlboeken van kranten. In korte tijd maakte de sceptische houding jegens non-binaire voornaamwoorden plaats voor een toenemende acceptatie. Hoe kon dat gebeuren?

Om die vraag goed te beantwoorden, is het belangrijk om naar de Engelse taal te kijken, die een langere traditie kent van genderneutrale taal. Het enkelvoudige ‘they’ verscheen bijvoorbeeld al in veertiende eeuwse publicaties als The Canterbury Tales. Beroemde Britse auteurs als Jane Austen hanteerden dit woord ook. Hier werd het niet gebruikt om mensen te definiëren als genderneutraal, maar ‘they’ was gebruikelijk wanneer het onduidelijk was of iemand man of vrouw was.

Vijfhonderd mensen brachten in totaal hun stem uit. Drie ideeën sprongen eruit: de meest geliefde variant was hen/hun en op de tweede plaats stond die/diens. De lijst werd afgesloten met de voornaamwoorden dee/dem/dijr. De keuze voor hen/hun lag om meerdere redenen voor de hand. Het was allereerst een letterlijke vertaling van het steeds bekendere ‘they’ en exact hetzelfde woord als de Zweedse genderneutrale variant.

Bovendien werden de woorden hen/hun al eerder in de Nederlandse taal geïntroduceerd. Christiaen van Heule – de uitvinder - was grammaticus in de zeventiende eeuw en probeerde de taal in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden te standaardiseren. Om onderscheid te maken tussen een derde en een vierde naamval kwam hij met de woorden ‘hun’ en ‘hen’. Deze woorden raakten echter niet ingeburgerd.

Net als bij de eerdere initiatieven, reageerden instanties en media terughoudend. De Volkskrant wilde de alternatieven van TNN niet overnemen, omdat het bestaande woorden waren met een nieuwe betekenis. Dit keer bleek het echter een stuk lastiger voor media om de voornaamwoorden te negeren. Lezers reageerden bijvoorbeeld kritisch op de eerdere stellingname van de Volkskrant. Bovendien uitten steeds meer publieke figuren zich als non-binair. Op internationaal gebied waren dat celebrities als Sam Smith, Elliot Page en Demi Lovato en binnen de Nederlandse grens liet tv-persoonlijkheid Raven van Dorst weten graag met ‘hen’ of ‘die’ aangesproken te worden.

Inmiddels zijn de woorden hen/hun vastgelegd in het stijlboek van de Volkskrant, om recht te doen aan de ‘herkenbaarheid van non-binaire personen’. Het ANP - het persbureau dat aan een groot deel van de Nederlandse journalistiek nieuwsberichten, fotografie en radiobulletins levert – omschrijft genderdiverse personen voortaan ook met andere voornaamwoorden. Dezelfde woorden staan nu bovendien in de onlineversie van woordenboek Van Dale. Hen/hun staan er nog wel met een label, waarmee aangegeven wordt dat het nog niet algemeen gangbaar is in de samenleving. Ook genootschap Onze Taal concludeert dat de woorden ‘hen’ en ‘die’ steeds gangbaarder worden binnen de samenleving. Tegelijkertijd heeft het genootschap een voornemen om zelf met een advies te komen.

Hoe nu verder?

Ondanks dat de taalverkiezing van TNN en de onthulling van deze artiesten los van elkaar verliepen, is er nu consensus welke non-binaire woorden gangbaar zijn: hen/hun of die/diens. Nu resteert de vraag: zullen deze woorden nog breder omarmt worden binnen de maatschappij? Vreer – die de pronouns zhij/zhaar heeft ingewisseld voor hen/hun – is daar wel optimistisch over. “Het is even afwachten welke organisatie of staatslaag het als eerste oppikt”, licht hen toe. “Het is steeds gebruikelijker om je voornaamwoorden achter je naam te zetten in de mail. Je ziet steeds vaker dat je op een formulier kunt aangeven welke genderidentiteit je hebt.”

Tegelijkertijd erkent vreer dat het nog jaren zal duren voordat ‘hen’ en ‘die’ echt vanzelfsprekend zullen worden. “Je moet op tien jaar rekenen voordat deze dingen echt een beetje effect hebben”, stelt hen. Om zover te komen, is het in de ogen van sommige transgender activisten belangrijk dat taalkundigen niet langer de regie hebben in de keuze welk non-binair voornaamwoord het beste past. “Als een persoon zelf aangeeft dat ‘hen’ het meest passend is, dan heeft die persoon daar het meeste iets over te zeggen”, stelt queer en non-binair persoon Ryan Ramharak.

Door Marc van Velzen.