Boekcover van Dawn van Octavia E. Butler. Centraal staat een kleurrijke illustratie van een gezicht in profiel, met rode, oranje en groene grafische patronen. De titel “DAWN” staat in grote witte letters, en bovenaan staat de naam van de auteur. In een wit cirkelvormig tekstblok staat een quote van Junot Diaz over de literaire betekenis van Butler.
LezenBoek

Dawn

Dawn is het eerste boek van de serie Lilith’s Brood van Octavia Butler, eerder bekend als de Xenogenese-trilogie. In Dawn wordt Lilith Iyapo voor de zoveelste keer wakker uit een diepe staat van aan bewusteloosheid grenzende slaap. Dit keer komt ze er eindelijk achter waar ze is: aan boord van een ruimteschip. Daar worden mensen, alle in eenzame opsluiting, vastgehouden door buitenaardse wezens, nadat de mensheid zichzelf en de Aarde heeft proberen te vernietigen.  

Langzaam wordt het plan van de wezens ontvouwd. Zij voelen een enorme aantrekkingskracht tot het (slapende) potentieel van mensen en wensen dat zowel de Aarde als de mensheid weer een kans krijgt om voort te kunnen bestaan. De Aarde is daartoe wederopgebouwd, zij het met aanpassingen. Dat was onvermijdelijk: er was te veel schade toegebracht. Ook de mensheid moet ‘getweakt’ worden, want dat we intelligent zijn en tegelijk een hiërarchische leefwijze blijven hanteren, leidt tot allerhande ellende.  

Lilith is uitgekozen om als eerste vernieuwde mens een kolonie van ontwaakte mensen terug naar Aarde te leiden. Het boek Dawn laat zien hoe dit uitpakt, en stipt al verhalend maatschappelijke thema’s aan. 

Wat wij ervan vinden:

Octavia E. Butler beschrijft de Oankali, buitenaardse wezens die er niet alleen helemaal anders uitzien, maar ook een geheel andere leefwijze hebben dan mensen. Om te beginnen is er naast een mannelijke en een vrouwelijke ook een agender groep Oankali, de Ooloi. Zij hebben bijzondere gaven; ze zijn in zekere zin heelmeesters. Dat gaat wel wat verder dan wonden helen: de Ooloi kunnen ook – in hun ogen – genetische defecten helen en het volledige, tot dan toe slapende potentieel van wezens ‘wekken’. Dit doen zij zonder hulpmiddelen: hun kunst is afstemmen op alle cellen van het wezen waarmee zij werken, en daar met signaalstoffen op inwerken.  

Dit doen ze ook om bij man-vrouw-koppels Oankali een totale (tantrische) afstemming en daarmee een verhoogde seksuele beleving te bereiken. Ook in de voortplanting van de soort hebben ze een rol: zonder hun tussenkomst is er geen bevruchting (meer) mogelijk.  

Zo bestaan huishoudens van Oankali uit minstens drie volwassen personen, die zeer nauw en zelfs telepathisch met elkaar in verbinding staan. Eén van de ingrepen die de Ooloi bij mensen doen, is ze als het ware inlijven via de verhoging van het seksuele genot dat ook zij kunnen ervaren als ze niet met zijn tweeën zijn, maar met een Ooloi erbij. Naarmate de groep mensen ontwaakt die Lilith naar Aarde zal leiden, ontstaan er steeds meer trio’s, bestaande uit een man, een vrouw en een Ooloi.  

Wij ontdekken dit alles door de ogen van Lilith, stukje bij beetje. Ze is aanvankelijk vreselijk bang voor de Oankali en vindt ze weerzinwekkend. De genderneutrale Ooloi-baby Nikanj vindt ze zo lelijk dat ze het terecht vindt dat de Oankali zelf het voornaamwoord ‘het’ gebruiken voor de Ooloi. Maar naarmate het boek vordert, raakt  Lilith gehecht aan haar nieuwe ‘familie’. Als een eerder ontwaakte man vindt dat Nikanj meer een man lijkt, vindt Lilith dat intussen onzin. “Ik ga gewoon uit van hoe zij zichzelf zien”, zegt ze. De man houdt vol, en Lilith vindt dat ‘a kind of deliberate, persistent ignorance’.  

‘Different is threatening to most species’ Nikanj

Haar eigen genderidentiteit en die van haar mannelijke partner worden óók bevraagd door de ontwakende mensen. De Ooloi hebben Lilith in bepaalde opzichten veranderd. Ze is bijvoorbeeld heel sterk geworden, omdat haar eigen fysieke potentie door de Ooloi is ‘gewekt’. Is ze nou nog wel een vrouw? En gedraagt haar partner zich eigenlijk wel genoeg als man?  

Lilith wil graag terug naar de Aarde, maar vraagt zich wel af tegen welke prijs dit gaat gebeuren. Is het eigenlijk wel zo fijn is dat de ene soort, omdat die iets van de andere nodig heeft, diens leefwereld en aard aanpast naar eigen inzicht? Fascinatie, weerstand, liefde en hulpeloosheid wisselen elkaar af terwijl Lilith dit vraagstuk verkent. Daarbij legt ze een rechtstreeks verband tussen haar situatie en de manier waarop de mensheid in haar verleden is omgegaan met andere diersoorten. En heeft ze nou consent gegeven voor de seks met haar vaste Ooloi (de inmiddels volwassen geworden Nikanj) en haar partner Joseph? Of is er sprake van manipulatie? Kiest ze er nu voor om de leider van de groep te zijn die naar Aarde terugkeert? Of? De Oankali prediken geweldloosheid, vinden het niet goed als mensen vissen, maar zijn ze daarmee ook belangeloos?  

Door te schrijven over buitenaardse wezens laat Octavia Butler ons nadenken over hoe wij met bekende en onbekende ‘andersoortigen’ omgaan. Dat kan dichtér bij huis zijn dan het buitenaardse – het kan gaan over bedreigde diersoorten op Aarde die wij ‘helpen’ en een ‘beschermd leefgebied bieden’, of om dieren in de bio-industrie die wij ‘verbeteren’ teneinde een hogere (vlees)opbrengst te krijgen, en het kan gaan over mensen die zich presenteren als agender, terwijl wij toch duidelijk vinden dat ze man zijn, of vrouw, in plaats van ze op hun woord te geloven. De gekozen vorm zorgt dat dit soort vraagstukken er niet dik bovenop liggen, maar ze zet de lezer wel aan het denken. En eenvoudige antwoorden zijn er allerminst.  

De naam Lilith is niet toevallig gekozen. In de mythologie was niet Eva, maar Lilith de eerste vrouw van Adam. Aanvankelijk werd Lilith ‘gelezen’ als een bedreigend iets/iemand, maar latere lezingen zien haar als een feministisch icoon. De Oankali leggen Lilith uit dat zij aanvankelijk een man hadden willen kiezen om de eerste groep naar Aarde te begeleiden, maar dat ze toch voor Lilith hebben gekozen. Daarmee krijgen we ook nog een alternatief verhaal over ‘de schepping’ van de mensheid.  

De volgende twee boeken in de serie zijn Adulthood Rites en Imago.  

In Adulthood Rites volgen we een kind van Lilith. Zijn naam is Akin, en hij legt uit dat dit een Yoruba naam is. Tegelijk is het waarschijnlijk niet toevallig dat deze naam ook lijkt op het Engelse woord akin, dat ‘verwant’ betekent – als in: lijkend op. Akin lijkt heel menselijk, maar ook mensen kunnen nu alleen nog maar kinderen krijgen met behulp van de Ooloi. Alle kinderen die geboren worden zijn nu ‘constructs’, deels mens, deels Oankali, zo ook Akin. Naar welke kant het kind meer neigt, ligt niet vast bij de geboorte, maar is fluïde, net als het gender van de kinderen, dat onder allerlei invloeden in de loop van het leven kan veranderen.

Weer zien we dat mensen die niet met Oankali leven, dit vreemde nieuwe gegeven beangstigend vinden. De mensen die wel met Oankali leven, doen dit nu in grotere gezinsverbanden: met een mannelijke en vrouwelijke Oankali en een Ooloi vormen de mensenparen één gezin met hun aller ‘construct’-nakomelingen. De vraag of dit helemaal vrijwillig is, blijft spelen. De andere keuze is namelijk: een lang en gezond maar wel kinderloos leven – en in feite een wachten op uitsterven. Net als enkele nu al bedreigde diersoorten – ook in dit boek verwijst Butler naar de gevolgen van hoe wij nu met de natuur en elkaar omgaan.  

Imago, dat is het Engelse woord voor de volwassen vlinder die uit de pop kruipt. In dit spannende boek komt de vermenging van mensen en Oankali tot wasdom: Jodahs is een ‘construct’-nakomeling van het kerngezin van Lilith, net als Akin in het vorige boek, en Jodahs is een ooloi-construct. De eerste – daarvóór waren constructs alleen mannelijk of vrouwelijk. Dit is nieuw voor de hele samenleving en ook voor Jodahs, die voetstoots had aangenomen dat het een man zou worden na diens ’transformatie’ en een zus zou hebben – maar ook Aaor is ooloi.  

Jodahs heeft er moeite mee. Het denkt dat het last veroorzaakt door anders te zijn. Nikanj drukt Jodahs op het hart dat het voor iedereen beter is als Jodahs diens zeer fluïde zelf is. Wie daar moeite mee heeft, moet bij zichzelf te rade gaan, zegt Nikanj. Jodahs opluchting bij deze ouderlijke acceptatie is heel invoelbaar en stelt Jodahs in staat om diens unieke vleugels helemaal uit te slaan.  

Ook in dit boek wordt duidelijk gemaakt dat mensen tegenstrijdige wezens zijn die elkaar gerust pijn doen en hun omgeving vernietigen, terwijl de Oankali en de constructs uit zijn op helende en vreugde gevende onderlinge relaties. 

Door: Octavia E. ButlerTaal: EngelsEAN: 978-1-4722-8106-7Jaar: 1987Waar te vinden: Boekhandel en online verkoop

Credits

Branding & design Cheerleader.studio

Website development Digitmind.nl

Fotografie headers: Tengbehkamara.com