Chevalier d’Éon was diplomaat en spion voor de Franse koning in de 18e eeuw. D’Éon diende onder Lodewijk XV en voerde geheime missies uit in Rusland en Engeland. De eretitel chevalier (ridder) kreeg d’Éon van de koning als erkenning voor diens diensten aan de kroon. Toen d’Éon (1728–1810) in 1777 openlijk als vrouw ging leven, noemde ze zichzelf Chevalière d’Éon. Lianne Damen schreef een roman over d’Éon.
D’Éons openlijke verandering van genderidentiteit in 1777 baarde opzien. Genderrollen waren in de 18e eeuw meer gescheiden dan ooit. D’Éons geslachtsidentiteit was onderwerp van gesprek in de media en van roddel op straat. Ze zou er androgyn uitzien en zich graag verkleden. Vóór 1777, toen ze zich nog overwegend als man presenteerde, werd verondersteld dat ze misschien als vrouw geboren was en als man carrière had gemaakt. Er werden zelfs stevige weddenschappen afgesloten of ze nu man of vrouw was.
Het gebeurde in de 17e en 18e eeuw vaker dat vrouwen ervoor kozen als man te leven. Historici hebben meer dan honderd gedocumenteerde ‘gevallen’ onderzocht. Het was waarschijnlijk vaak ook een uitweg uit problemen zoals armoede, een ongewenst huwelijk of de liefde voor een vrouw. Weliswaar was het verboden om voor de andere sekse door te gaan, maar handhaving van dat verbod was niet heel consequent. Vaak kwam het niet uit dat zo iemand niet als man geboren was.
Mannen die als vrouwen wilden leven waren zeldzamer. Dat was ook gevaarlijker. Het werd als een maatschappelijke degradatie gezien. Ze werden geassocieerd met sodomie en het was in de ogen van de samenleving schandelijk.
Waarschijnlijk om de weddenschappen rondom d’Éon te beslechten, werd gevraagd om een gerechtelijke uitspraak. Getuigen verklaarden voor een Engelse jury dat d’Éon vrouw was. Lodewijk XVI – troonopvolger en kleinzoon van Lodewijk XV – ondertekende vervolgens een decreet dat bepaalde dat ze nu voortaan vrouwenkleding moest dragen.
D’Éon woonde vanwege haar diplomatiek werk jaren in Londen. In 1764 had d’Éon, na een conflict met de Franse staat die wilde dat d’Éon naar Parijs terugkeerde, er een deel van de diplomatieke correspondentie gepubliceerd. Dat hielp haar positie in Engeland niet echt.
Na de uitspraak van de Engelse jury presenteerde d’Éon zich als vrouw voor Lodewijk XVI in Versailles en ze verbleef acht jaar in Tonnerre, bij familie in Frankrijk. Daarna keerde ze terug naar Londen om haar financiële zaken te regelen. Van een afstand beleefde ze daar het rumoer rond de Franse revolutie en het einde van Lodewijk XVI en zijn vrouw, Marie Antoinette.
Kledingrituelen
Haar sociale transitie betekende dat ze nu buiten alle politiek werd gehouden. Dat viel niet altijd mee. Ze opperde zelfs om met een legertje amazones het Kanaal over te steken om strijd te voeren in het belegerde Frankrijk. Haar leven draaide voor een deel om kledingrituelen, toilet maken en jurken kiezen. Zo beschrijft Damen het. Marie Antoinette had haar kleedster – Rose Bertin – opgedragen om d’Éon aan jurken te helpen.
Na de revolutie in Frankrijk stopte haar toelage. Om een inkomen te verwerven, ging ze wedstrijden schermen. Daar was ze goed in, ook in vrouwenkleren. Totdat ze een verwonding opliep en moest stoppen. Toen d’Éon in 1810 in armoede stierf, werd ontdekt dat ze ‘mannelijke kenmerken’ had. Zelfs haar huisgenote in Londen, weduwe Mary Cole, wist blijkbaar niet van haar verleden.
Avant la lettre
Lianne Damen, historicus, schreef een roman over Chevalier(e) d’Éon. Het is haar tweede roman. Een goed idee om d’Éons boeiende leven in fictieverhaal te beschrijven! Want wat voelde ze er zelf bij?
Het boek beschrijft haar leven in twee delen. In het eerste deel gaat het over de tijd dat ze nog officieel man is en in het tweede deel leeft ze als vrouw. Ik heb ervoor gekozen om ze hier als vrouw te benoemen (zij / haar), maar in het eerste deel van het boek, als ze tot haar 50e nog als man leeft, gebruikt Damen ‘hij’, en in het tweede deel, ‘zij’. Zoals d’Éon zelf overigens ook heeft gedaan in een autobiografisch geschrift.
D’Éon wordt gezien als een voorloper in genderdiversiteit en wegbereider voor de transgender beweging. Historici hadden soms wel andere verklaringen voor haar crossdressing. Het zou een politieke daad zijn of een feministische keuze. Dat zijn interpretaties van haar leven. Dat doet Damen niet. Op de achterflap van ‘En garde’ staat hooguit dat ze een ‘trans vrouw avant la lettre’ genoemd kan worden.
In de late 19e en vroege 20e eeuw werd een tijdlang de term ‘eonisme’ gebruikt voor travestie. Dat gebruik van haar naam was wellicht een eerste poging om mensen te benoemen die zich niet aan traditionele genderrollen hielden.