Luca Mattía Duyvendak bekent in de proloog meteen maar dat die lichtelijk geobsedeerd is door online haatberichten over trans en non-binaire mensen. Alle posts die hen ontkennen, relativeren, uitschelden en totale onbegrip tonen. Die online haat wordt steeds erger: in vier jaar tijd was er op sociale media een vertienvoudiging van dit soort haatberichten. En ook op straat wordt het steeds onveiliger voor trans en non-binaire mensen.
Hoe denken die mensen, vraagt Luca zich af. Wat drijft de haters en wat kun je ertegenin brengen? Het boek Het is misschien wennen (maar je kunt me niet ontkennen) wil de argumenten aanreiken om met die haters in gesprek te gaan. Luca maakt zich geen illusies. Een transfoob gaat ook met dit boek niet ineens anders denken. Leest zo iemand dit wel? Nee, maar wil je iets veranderen, dan moet je ‘echte gesprekken’ voeren. En hier, in dit boek, vind je genoeg aanknopingspunten voor die gesprekken.
Eindmusical
‘Genderpaniek is ouder dan je oma’s theeservies’, schrijft Luca op de pagina’s waar die beschrijft waar het verzet en de angst voor genderdiversiteit vandaan komt (kerk, rechtsextremisten, conservatieven). Die schrijft ook hoe het te verklaren zou kunnen zijn (gevoel van verlies van zekerheden en controle). En hoe de mensen die dit betreft, dan gaan wijzen naar transgender personen.
Luca Mattía Duyvendak ( als vrouw geboren in 1997) beschrijft ook diens eigen ontwikkeling. Inzoomend op die momenten die bepalend zijn geweest in diens genderzoektocht. Bijvoorbeeld de 11-jarige Luca die in de eindmusical van school een jongen speelde en die kleren na afloop van de voorstelling niet meer wilde uittrekken. Of de 20-jarige die probeert zich geen nepvrouw te voelen als die bh’s en strings koopt. En hoe er een paar jaar later deuren opengaan naar een andere genderbeleving.
Dat is onontkoombaar, schrijft die. Het is als bij een bal die je onder water drukt. Laat je die los, dan schiet ie gigantisch omhoog. ‘Dat gebeurt denk ik ook als identiteiten onderdrukt worden.’
Gendergevoel
Luca onderzoekt heel precies wat die identiteit dan bij hen is. In welk hokje voelt die zich beter en wat betekent dat voor het lichaam dat die zou willen hebben? ‘Als ik me inbeeld met een mannelijk lichaam, dan voel ik een soort van rust, een omhelzend gevoel naar mezelf in plaats van stekeligheid.’ (..) ‘Misschien dat ik mannenkleding prettig vind om te dragen als een soort aanwijsbord’. En ‘misschien dat ik me vrouwelijker zal kleden als mijn lichaam mannelijker wordt, omdat ik dat aanwijsbord minder nodig heb.’ Misschien!
Is het gendergevoel wel betrouwbaar? Kun je spreken van een verkeerd lichaam? Nee, dat vindt Luca niet een fijne manier om het gevoel van vervreemding te beschrijven. Maar wat zit er dan wel achter dat gevoel? Hoe kun je zeker weten dat het over genderdysforie gaat? Hoe kom je daarachter? Misschien blijft er altijd wel twijfel.
De kast
Hen beschrijft het gendergevoel als volgt: ‘Wie je eigenlijk bent is naar mijn idee hoe je je het prettigst voelt, het meest jezelf. Ook als dat niet overeenkomt met je lichaam.’ Toch vind ik dit ook best lastig. Je prettig voelen is van zoveel dingen afhankelijk, van de mensen om je heen, van hun acceptatie, van veiligheid, je vrijheid. Maar ik herken het wel. Als er acceptatie is en veiligheid en je daarin jezelf kunt zijn, kun je je echt gelukkig voelen. Dan is ‘prettig’ soms nog een understatement.
Hen benoemt ook de dubbelheid bij uit de kast komen. Enerzijds wil je dat mensen je nog steeds zien als dezelfde persoon en anderzijds juist niet. Want er is een deel van jezelf dat je achterhoudt. Als je dan vertelt: ik ben non-binair, dan is dat toch ook maar weer een stukje van alles wat je bent. Zoals Luca schrijft: ‘ik ben nog steeds Luca.’
Je kunt ook twijfelen over je gevoel. Is dat er over tien jaar nog steeds, zouden mensen het wel begrijpen of geloven, zullen ze je niet afwijzen of ben je voor anderen alleen nog maar die ‘non-binair’? ‘Ik zou willen dat de kast niet bestond’, schrijft Luca.