Een illustratie van een kever met een gedetailleerd lijf en lange sprieten. Het lichaam heeft verschillende kleuren, zoals groen, blauw en oranje. Bovenaan staat de titel Oever in groene letters. Onderaan staan de naam Ludwig Volbeda en uitgeverij Querido in oranje letters.
LezenBoek

Oever

Waarom is het zo moeilijk voor Jip om een zelfportret te tekenen? Dat is de vraag in ‘Oever’ van Ludwig Volbeda. Jip maakt mooie tekeningen van kevers, schelpen en bloemen. Dat gaat heel goed, want tekenen zit in de familie. Jip is, schrijft Jip, goed in blozen en fronsen, en ook in tekenen. Maar de opdracht om in de meivakantie een zelfportret te maken, lukt gewoon niet. Totaal niet.

Dit is waar ‘Oever’ over gaat. Oever is het eerste jongerenboek van Ludwig Volbeda (1990). Hij was tot Oever toe vooral een succesvol illustrator van kinderboeken. Hij won twee gouden penselen voor zijn illustraties. En voor Oever, verschenen in 2024, kreeg hij de Woutertje Pieterse Prijs 2025 en een Zilveren Griffel.

Jip schrijft brieven aan een jongen op wie hen verliefd is. Dat is niet Oever, maar deze Oever was wel een vriend die enorm belangrijk was voor Jip. Oever was Jips beste vriend. Toen Oever bleef zitten, wilde Jip dat ook en stopte hen met leren. Zodat Jip het jaar daarop weer bij Oever in de klas zat. Alles viel weer op zijn plek, want Jip voelde zich goed bij Oever.

Wie is Jip? Jip is ongeveer 14 of 15 jaar, introvert en creatief, en heeft veel met de natuur en met biologie, met de raadselen van het leven. Jip observeert en staat er een beetje buiten. ‘Ik denk niet dat ik eenzaam ben, maar helemaal zeker weet ik niet.’ Ooit zat Jip op ballet, maar toen Jips ouders een keer naar een balletuitvoering kwamen kijken, zagen ze volgens Jip ook wel dat het beter was als Jip iets anders zou gaan doen. Dat werd dus tekenen. Tekenen biedt Jip een soort van ontsnapping, een mogelijkheid om te observeren en zelf te verdwijnen.

Snap je dat?

Het is mooi hoe dingen langzaam uitkristalliseren in het boek. Zo weet je zeker honderd bladzijden eigenlijk niet of Jip een jongen of een meisje is, en dat doet er ook niet toe. ‘Jip? Is dat nou eigenlijk een jongens- of een meisjesnaam?’, vraagt een klasgenootje in de tekenles.

Of misschien doet het er uiteindelijk wel toe, omdat zodra je dit ziet, toch iets meer begrijpt van Jips worsteling. Langzamerhand zijn er in het boek kleine dingetjes, zinnetjes, uitspraken, gedachten die iets over Jips identiteit laten zien. Bijvoorbeeld een opmerking als: ‘Ik ben nog plat genoeg.’ Zou een jongen van 14 of 15 dat over zichzelf denken?

Of bijvoorbeeld als Jip schrijft: ‘Of denk je net als mijn vader dat ik eigenlijk op meisjes val en het gewoon niet durf toe te geven? Iedereen denkt dat.’ Als je tot dit moment in het boek aannam dat Jip een jongen was, bijvoorbeeld omdat de auteursnaam die van een jongen is, ga je nu misschien toch twijfelen.

We zijn al een eind in het boek als Jip over Oever het volgende essentiële inzicht schrijft. ‘Toen ik zeven was zag ik voor het eerst een jongen. Zo voelde het, alsof ik toen voor het eerst een echte jongen zag. Hij heette Oever en ik wist niet of ik hem wilde leren kennen of hem wilde zijn. Ik wist alleen zeker dat ik de rest van mijn leven bij hem in de buurt wilde blijven om daarachter te komen. Snap je dat? Ik snap het als je het niet snapt.’

Daar zit ook wel iets autobiografisch, erkent Ludwig Volbeda, ooit geboren als meisje. Hij voelde zelf destijds ook zoiets. Dat zegt hij in ‘De Grote Vriendelijke Podcast’. Of de jongen op wie Jip verliefd is, het snapt, dat lees je elders in het boek. Maar zoek dat zelf maar uit 😊.

Het is heel droevig dat Oever uiteindelijk afstand wil. Want op zijn voetbalclub schelden ze hem uit voor ‘homo’ omdat het meisje met wie hij omgaat, eruitziet als een jongen. Dat doet me ook denken aan Close, de film van Lukas Dhont uit 2022. Die gaat over twee dertienjarige vrienden waarvan de een zich afkeert van de ander als een klasgenoot vraagt of ze een paartje zijn.

Wat wij ervan vinden:

Oever gaat over de langzame ontdekking van de eigen identiteit. In veel boeken over transgender personen, ook jonge mensen, is dat bewustzijn er meestal en gaat het over de consequenties daarvan. In Oever gaat het over het ontwaken van dat bewustzijn.

Ik heb die worsteling met identiteit en ook de blik van anderen (schoolvriendjes, klasgenoten, familie) zelden zo mooi beschreven gezien. Het gaat veel meer over de innerlijke strijd dan de uiterlijke verandering. Het proces dat voorafgaat aan transitie. Een fase van het leven waarover Jip schrijft: ‘(.. omdat ik meestal het gevoel heb) dat ik zelf nog niet helemaal leef.’

Het doet je denken aan hoe je het misschien zelf voelde op zo’n leeftijd.

Even terug naar die opmerking over ‘eenzaamheid’. Daaruit blijkt ook hoe mooi Volbeda gevoelens verwoordt. Misschien komt het idee van eenzaam te zijn wel vanwege Jips gevoel anders te zijn dan anderen. ‘Toen de jongens en de meisjes in twee groepen uiteenvielen, bleef ik over. Totdat Oever bij ons in de klas kwam.’ Jip kon bij Oever zijn wie hij was. ‘Het voelde alsof ik stiekem was overgelopen.’

Het boek zit vol met dergelijke prachtig geformuleerde observaties.

Luister ook naar het gesprek met Ludwig Volbeda over dit boek in De Grote Vriendelijke Podcast

Tekst: Ton van den Born

Door: Ludwig VolbedaTaal: NederlandsEAN: 9789045129990Jaar: 2024Waar te vinden: Boekhandel, bibliotheek en online verkoop

Credits

Branding & design Cheerleader.studio

Website development Digitmind.nl

Fotografie headers: Tengbehkamara.com