Hoe begon transgenderzorg eigenlijk? En wie was de eerste transgender persoon die een medische transitie onderging? Hoe kon het dat in het Berlijn van 1919 tot 1933 zulke stappen werden gezet? Dat is de vraag in het boek van Alex Bakker over transgender pioniers. Hij klopt voor het antwoord aan bij seksuoloog Magnus Hirschfeld en diens Institut für Sexualwissenschaft. Daar stond in 1923 (trans vrouw) Dora Richter voor de deur en (trans man) Gerd Katter, vijf jaar later.
Dora en Gerd hadden agency, schrijft Bakker. Hun vastberadenheid dat er iets aan hun niet-kloppende lichaam moest gebeuren, was zo groot dat er uiteindelijk ook echt wat gedaan werd. Dat was heel bijzonder in die tijd, want er was geen ervaring met genderbevestigende operaties. Sowieso was er weinig kennis en begrip voor transgender zijn.
Hirschfeld, een arts die zich had gespecialiseerd in het vrij nieuwe gebied van de seksuologie, wilde dat veranderen. Zijn instituut, gevestigd in een grote villa in de Berlijnse wijk Tiergarten, zou onderzoek, educatie, zorg en toevlucht bieden. Hij was een typische sociaal hervormer, iemand die zich inzette voor verbeteringen in de levensomstandigheden van de arbeidersklasse en andere achtergestelde groepen.
Hij wilde met name afschaf bewerkstelligen van paragraaf 175, een verbod op het praktiseren van homoseksualiteit. Zijn pleidooi hield in dat homoseksualiteit aangeboren was, dat er een biologische verklaring voor was en dat het geen geestesstoornis betrof of een perverse keuze.
Dat gold ook voor trans personen, maar die benaming bestond nog lang niet. De gangbare naam was ‘Invertierten’ (geïnverteerden). Die term omvatte ongeveer iedereen die op seksueel gebied ergens mee zat: homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, travestieten, trans personen en interseksuelen.
Travestiepas
Hirschfeld sprak (sinds 1910, bijna tien jaar voordat hij het Institut opende) over travestie (Transvestititismus). Het leek immers vooral te gaan om mensen die de kleding van de andere sekse wilden dragen, officieel verboden in die tijd. Veel mensen kwamen naar het Institut omdat Hirschfeld in samenwerking met een welwillende Berlijnse politiecommissaris hen aan een Transvestitenschein kon helpen, een bewijs dat deze persoon bij de politie bekend stond als kleding dragend die niet in overeenstemming was met diens geboortegeslacht. Die travestiepas was een overwinning voor veel transgender personen in die tijd. (‘Travestie’ had destijds een heel andere connotatie; we onderscheiden nu transgender en crossdress.)
Dokter Hirschfeld realiseerde zich overigens wel dat er meer achter zat dan puur andere kleding. Dat het niet alleen om de buitenkant ging, maar ook om de binnenwereld. Bij Dora bijvoorbeeld, die zich opgesloten voelde in het lichaam van een man.
Hermafrodieten van de ziel
De kern van Hirschfelds denken was de Zwischenstufentheorie, over geslachtelijke tussenvormen. Het kwam erop neer, zo schrijft Bakker, dat hij tussen man en vrouw allerlei tussenvormen zag. In lichaamskenmerken en genitaliën (nu spreek je over interseksuele personen), in geslachtsdrift (homoseksuelen en lesbiennes) en in geestelijke eigenschappen (transgender personen, of zoals Hirschfeld ze omschreef: ‘hermafrodieten van de ziel’). Zoals Dora bijvoorbeeld, die in houding, gedrag, gezichtsuitdrukking en beweging volgens hem een heel vrouwelijke indruk maakte.
Zo’n instituut in het centrum van de stad? De tijd was er rijp voor. Berlijn was in tijd van de Weimarrepubliek (1919 – 1933) een van de meest open en vrije steden ter wereld. Bakker beschrijft de sfeer in de stad in die tijd. Er was volop ruimte voor queers; met verkleedfeesten, homoclubs, theater en tijdschriften zoals Das 3. Geschlecht (onder mee over travestie).
Donkere wolken
Dora Richter is een hoofdpersoon in het boek van Bakker. Ze had over het Institut van Hirschfeld gehoord in een film over geslachtsaanpassende ingrepen bij ratten en meldde zich in 1923, koffer in de hand. Ze kon er onderdak en werk krijgen. Dora was bescheiden en praktisch, en zeker niet iemand die zich in het losbandige uitgaansleven van de stad stortte. Ze werd, aldus Bakker, zeer gewaardeerd in de villa van Hirschfeld. De artsen observeerden haar en spraken met haar. Ze constateerden hoe diep haar vrouw-zijn zat. Ze werd uiteindelijk – in 1931 – geholpen. Na lange aarzeling, want zo’n operatie zoals zij wilde, stond de artsen aanvankelijk tegen. Ze gingen overstag en noemden het een noodoperatie, want Dora zag ook geen andere uitweg.
Net op het punt dat er grote stappen werden gezet in de transgenderzorg – zoals de eerste vaginoplastieken – kwamen er donkere wolken. In Duitsland kwam het nazisme op. Hirschfeld, die jood, socialist en homoseksueel was, liep groot gevaar. Hij ging in 1930 op buitenlandse reis om zijn kennis te delen, maar zou niet meer terugkeren naar Berlijn. Hij beleefde vanuit het buitenland hoe zijn Institut in 1933 werd verwoest. De clubs werden gesloten en de queer-community ging weer in de kast.
Het is een trieste afloop van een mooie bloeiperiode.