In 2025 bracht Soa Aids Nederland een onderzoeksrapport uit over de seksuele gezondheid van sekswerkers in Nederland, waarmee ze in kaart willen brengen welke groepen meer risico lopen op soa’s of minder goed bereikt worden door de gezondheidszorg.
De cijfers
Van de in totaal 268 sekswerkers die deelnamen aan het onderzoek, identificeerde de meerderheid zich als cisgender vrouw (57%), gevolgd door cisgender man (22%) en transgender vrouw (16%). Daarnaast waren er kleinere aantallen transgender man (2%), intersekse (1%) en respondenten die zich als “anders” identificeerden (1%).
Uit de cijfers bleek dat de hiv-status flink verschilde per gender. Het percentage van mensen met hiv lag bijvoorbeeld aanzienlijk hoger bij transgender vrouwen (22%) dan bij cisgender vrouwen (2%). Hetzelfde bleek te gelden voor andere soa’s. 24% van de cisgender vrouwen heeft een soa gehad, terwijl dat voor transgender vrouwen maar liefst 50% was.
Samira Hakim, projectmedewerker seksuele gezondheid van Transgender Netwerk, vertelt dat dit met name onder trans vrouwen met een migratie achtergrond een groot probleem is.“Dit vloeit voort uit racisme en transfobie op de arbeidsmarkt en in de zorg, wat ervoor zorgt dat de trans vrouwen met een onzekere verblijfsstatus vaker seks hebben in onveilige situaties omdat er simpelweg geen andere keuze is.” In onderzoeken blijft dit aspect vaak nog minder zichtbaar, omdat het lastig is om deze mensen te bereiken voor deelname aan onderzoek.
Opvallend genoeg scoorde transgender vrouwen wel hoger op mentaal welzijn ten opzichte van het gemiddelde. Sowieso waren alle onderzochte groepen relatief tevreden, met name over hun seksuele gezondheid (gemiddeld 7.6 uit 10) en de seksuele gezondheidszorg (gemiddeld 7.3 uit 10)
De algemene tevredenheid over de seksuele gezondheidszorg ligt, volgens Hakim, echter wel wat genuanceerder dan blijkt uit dit onderzoek. “Wie eenmaal binnen is bij hiv- en soa-zorg, is meestal positief over de medische kant, maar de drempel om te gaan is hoog. Trans sekswerkers noemen vooral angst voor outing, slechte ervaringen met misgendering of oordelen over sekswerk, en onzekerheid over kosten en papieren als redenen om niet naar gezondheidszorginstanties te gaan.”
Geen compleet beeld
Soa Aids Nederland benadrukt zelf ook dat deze data geen compleet beeld geeft. In Nederland zijn namelijk alleen gegevens beschikbaar van mensen die toegang hebben tot seksuele gezondheidszorg binnen de CSG (Centra Seksuele Gezondheid) en aangeven dat ze sekswerk doen, wat lang niet alle sekswerkers omvat. Er zijn bijvoorbeeld ook sekswerker die zich niet laten testen, niet bij de CSG laten testen of niet aangeven dat ze sekswerk doen. En volgens Samira Hakim zijn dit vaak juist de kwetsbare groepen: “Wie we bijna nooit terugzien in onderzoek en reguliere zorg zijn ongedocumenteerde trans sekswerkers, nieuwkomers in azc’s, thuiswerkers en escorts, en mensen buiten de Randstad. Zij hebben vaak taalproblemen, grote angst voor instanties en zijn afhankelijk van andere sekswerkers om überhaupt ergens binnen te komen.”
Daarom benadrukken de onderzoekers dat betere gegevensverzameling een noodzaak is voor de verbetering van het welzijn onder sekswerkers.
“Criminalisering maakt hen juist onveiliger”
De grootste invloed op het welzijn van sekswerkers ligt volgens Soa Aids Nederland bij de overheid. Onderzoek laat zien dat het criminaliseren of repressief reguleren van sekswerk leidt tot slechtere gezondheidsuitkomsten: sekswerkers lopen onder dergelijk beleid een aanzienlijk groter risico op geweld en hebben vaker hiv en andere soa’s. Ook wordt het belang van persoonlijk contact met sekswerkers onderstreept: veldwerk is internationaal een bewezen effectieve manier om sekswerkers te bereiken, vertrouwen op te bouwen en hen te verbinden met zorg en preventie.
Ook Samira pleit tegen criminalisering en repressief beleid: “In de afgelopen jaren voelen veel trans sekswerkers dat dit hen juist onveiliger maakt. Mensen gaan meer ondergronds werken, verder van hulp en zichtbaarheid af. En dat terwijl lokale initiatieven met veilige spreekuren en samenwerking met communities juist verschil maken.”
Daarnaast adviseert Soa Aids Nederland om sekswerkers expliciet te erkennen als risicogroep voor hiv en preventie en zorg beter af te stemmen op specifieke subgroepen, bijvoorbeeld op basis van gender en verblijfsstatus. Het trainen van zorgverleners in stigma-sensitieve en inclusieve zorg zou hierbij kunnen helpen. Ook hebben ongedocumenteerden en mensen met een asielstatus nu nog te weinig toegang tot hiv-testen.
Samira Hakim voegt hier nog aan toe dat het enorm belangrijk is dat er expliciet wordt gekeken naar transgender sekwerkers. Sekswerkers en trans personen vallen volgens haar nu nog te vaak tussen wal en schip. Om de seksuele gezondheid en veiligheid van trans sekswerkers te verbeteren, zijn zorgplekken met kennis over transgender personen in alle regio’s noodzakelijk.
Maar bovenal noemt Samira het belang van bestaanszekerheid en progressief beleid. “Zolang mensen geen papieren, geen huis en geen inkomen hebben, blijven ze gedwongen risico’s nemen, hoe goed de voorlichting ook is.” aldus Samira.
Foto: Bojan Cvetanović