De kameleon is de ultieme gedaanteverwisselaar van het dierenrijk: door pigmentcellen en kristallen in zijn huid aan te sturen, verandert hij van kleur en past hij zich moeiteloos aan zijn omgeving aan. Spoken word-artiest Zaïre Krieger vernoemde haar debuutbundel, Chameleon, naar het reptiel. In haar gedichten neemt ze net als het dier uiteenlopende gedaantes aan – alter ego’s die elk staan voor een van de dimensies van haar identiteit en het schrijven van de bundel van haar overnemen.
In 2021 trok Krieger de aandacht van het nationale leespubliek toen ze The hill we climb, het befaamde inauguratiegedicht van Amanda Gorman, naar het Nederlands vertaalde. Voordien uitte Krieger kritiek op de initiële keuze van uitgeverij Meulenhoff om het gedicht te laten vertalen door Lucas Rijneveld, een witte dichter zonder ervaring met vertalen en spoken word. Tegen de achtergrond van de Capitoolbestorming, die toen vers in het geheugen lag, pleitte ze ervoor om de opdracht te geven aan een vrouwelijke spoken word-artiest van kleur. Zo gezegd, zo gedaan. Rijneveld trok zich terug en Meulenhoff vertrouwde de vertaling aan Krieger toe. Vijf jaar later verscheen haar debuutbundel Chameleon bij dezelfde uitgever. Het boek is een kleurrijke, honderdtwintig pagina’s-tellende uitgave waarin de dichter haar woordkunstenaarschap etaleert.
Krieger opent de deuren naar haar binnenste wagenwijd door als hoofdpersonage in haar eigen bundel te verschijnen. Het auteur-personage Zaïre gaat in het openingsgedicht op zoek naar een manier om verder te gaan dan haar stilstaande woorden op papier:
Mag ik mijn eigen bergen bestijgen, m’n grootste angst in de ogen kijken?
Mag ik breken uit je voegen, in je verwachtingen ploegen?
Mag ik blijven vervellen, en elke pagina pellen?
Mag ik van gedachten veranderen, zelfs als het te laat is?
Mag ik zijn wie ik ben in al m’n gedaantes?
De vertaalslag maken tussen geschreven poëzie en spoken word was volgens Krieger een van de grootste obstakels tijdens het schrijfproces: ‘Hoe vang ik spoken word op papier? Hoe laat ik papier leven? Ik wilde het boek zintuiglijk maken, interactief, door te spelen met lettertypes, spiegelgedichten, voetnoten en vormen,’ vertelt ze in een interview met de Volkskrant. Middels deze vormexperimenten geeft Krieger haar alter ego’s, die elk een eigen sectie in het boek beslaan, een kenmerkende stem.
Het eerste alter ego dat Zaïre ontmoet is Zireïa, een blauwgeschubde ‘alpha shapeshifter’ zonder ras of gender, geïnspireerd op het X-Men-personage Mystique. Zireïa is een perfectionist en een meester in codeswitching. Ze vertelt Zaïre over hoe ze zich beweegt tussen witte en Zwarte werelden, maar zich nergens volledig thuis voelt. Codeswitching vindt eveneens plaats in de taal van de bundel, die afwisselt tussen Nederlands en Engels.
Zireïa neemt door de bundel heen de rol aan van een gids die Zaïre voorstelt aan haar andere alter ego’s. Ze ontmoeten Alïza, wie opgroeide in een kerk die haar sensualiteit en queerheid afkeurde. Vervolgens treffen ze Ïz, een plaaggeest die inspreekt op Zaïre’s onzekerheid en altijd over haar schouder meekijkt. Haar teksten zijn daarom in spiegelschrift geprint. De bedoeling is dat de lezer het boek voor de spiegel houdt en zichzelf aankijkt tijdens het lezen. Raïaz, ten slotte, is een opgebrande activist die strijdt voor een wereld die niet mee lijkt te willen bewegen. In een van haar gedichten spreekt ze de PVV-stemmers Henk en Ingrid aan om bij hen de medemenselijkheid op te zoeken:
Ze wijzen ‘gelukszoekers’ aan
Hij bedoelde ‘meer, meer’
van hetzelfde rijke liedje,
een nareis verkapt.
De grootste ‘gelukszoekers’
bleken toch te komen in pak.
Naarmate de bundel vordert, valt Zaïre steeds meer samen met haar alter ego’s. Haar nerveuze stem ontwikkelt zich tot een multidimensionale kakofonie die uiting geeft aan al haar gedaantes en de stasis ontstijgt.
Er is tevens een audioboek van Chameleon beschikbaar op diverse luisterplatformen, ingesproken door Krieger zelf.