Inclusieve taal

Inclusieve taal betekent niet veel meer dan dat je ervoor zorgt dat je mensen niet over het hoofd ziet met de woorden en beschrijvingen die je gebruikt. Waar kun je op letten als je genderdiverse mensen wilt betrekken in je taalgebruik?

Iedereen wil graag als mens aangesproken worden. Dat geldt voor transgender en non-binaire mensen net zo goed als voor cisgender mensen. Je kunt daarbij op een aantal dingen letten:

Termen

Als je over genderdiverse mensen schrijft, bedenk dan dat deze mensen ook jouw lezers kunnen zijn. Ze zijn niet alleen maar een groep in de samenleving waar je een mening over kunt hebben, ze zijn ook jouw straatgenoten, collega’s en publiek.

We raden aan om ’transgender’ als bijvoeglijk naamwoord te gebruiken. Dus niet ’transgenders’ of ‘een transgender’, maar ’transgender mensen’ en ‘een transgender persoon’ (of natuurlijk een transgender vrouw, transgender ouderen, etc.). Zo zet je transgender mensen niet apart als groep, maar benoem je hun transgender-zijn als een aspect van wie ze zijn.

Naar iemands transitie kun je het beste verwijzen met de term ’transitie’. Zeg nooit dat iemand is ‘omgebouwd’, want transgender mensen zijn geen huizen of apparaten die je ombouwt. Een transitie kan zowel medisch zijn (dat je hormonen gebruikt, of een of meerdere operaties hebt gehad), maar kan ook sociaal zijn (als je je naam en voornaamwoorden verandert). Je kunt dus ook van een transitie spreken als iemand geen medische behandeling heeft gehad.

Gebruik geen verouderde termen als transseksualiteit of transgenderisme. Tegenwoordig hebben we het over transgender-zijn en over genderdiversiteit. De diagnoses genderdysforie en genderincongruentie worden ook weleens gebruikt om gevoelens te beschrijven. Maar dit zijn medische diagnoses. We raden daarom af om die termen te gebruiken als het niet over iemands diagnose gaat.

Aanspreekvormen

Gebruik altijd de aanspreekvorm die iemand zelf wenst. Weet je niet zeker wat iemand wenst? Vraag dit dan. Soms zetten mensen hun aanspreekvormen ook in hun e-mailhandtekening of in hun profieltekst op sociale media.

Naast hij en zij kun je ook naar mensen verwijzen met de woorden ‘die’ en ‘hen’. Veel non-binaire mensen die zich niet, of niet uitsluitend als man of vrouw identificeren, gebruiken deze aanspreekvorm. Het ANP en verschillende redacties hebben het gebruik van het non-binaire voornaamwoorden al overgenomen.

In 2016 hielden wij een verkiezing van het non-binaire voornaamwoord. ‘Hen’ kwam hierbij als winnaar naar voren, maar ook ‘die’ wordt graag gebruikt.

Een paar voorbeeldzinnen:
Sam komt vanavond ook naar het feestje, ken je die al?
Raven komt morgen op tv, heb je diens nieuwe programma al gezien?
Marta werkt in het dierenasiel, hen is een echte dierenvriend.

Daan kan goed voetballen, hen heeft hun techniek het afgelopen jaar geperfectioneerd.

Heden en verleden

Stel je schrijft over het leven van een transvrouw voor haar transitie, gebruik je dan ‘hij’ of ‘zij’?
De stijlregel is: gebruik in heden en verleden het voornaamwoord waar iemand op dit moment zelf de voorkeur aan geeft.

Enkele voorbeelden:
Zij was vroeger een stille jongen.
Omdat Mariekes vader geen verwijfde zoon wilde, pakte hij op haar 14e al haar nagellak af.

Op deze manier behandel je trans personen niet anders dan cis personen wanneer je naar ze verwijst in heden en
verleden.

Veelgemaakte fouten

Mannen en vrouwen
Soms spreken mensen nog van ‘mannen’ als het over trans vrouwen gaat. Dat klopt niet, je verwijst naar trans vrouwen met ‘vrouwen’ of ‘trans vrouwen’. Als je het hebt over een trans man, kun je ook naar hem verwijzen met de term ‘man’.

Oude naam
Hoe iemand voor diens transitie heette is een stukje persoonlijke informatie. Soms zegt iemand dat zelf, maar voor veel mensen is de vroegere naam iets wat ze liever voor zichzelf houden. Gebruik als mediamaker de oude naam dus niet, tenzij de geïnterviewde zelf aangeeft dat dit oké is. Ook als het om een bekend iemand gaat, en de oude naam al bij een breder publiek bekend is, is het respectvoller om de oude naam niet te herhalen maar de nieuwe naam te gebruiken. Uit een foto, achternaam en omschrijving wordt vaak duidelijk om wie het gaat. Als media de oude naam blijven herhalen, blijft juist de oude naam hangen, en zal je publiek ook naar de persoon blijven kijken alsof die de vroegere identiteit nog heeft. Het verwijzen naar iemands oude naam wordt ook wel deadnaming genoemd.

Geboortegeslacht
Hoe verwijs je naar iemands geboortegeslacht? Vermijd zinnen als ‘Ryan is geboren als vrouw’ en ‘Alice is geboren als man’. Dat zet een beeld neer van een mens met een specifieke genderidentiteit, terwijl die mens toen nog maar een kleine baby was. Ook zinnen als ‘Ryan is eigenlijk een meisje’ of ‘Ryan was eerst een meisje’ kloppen niet. Ryan werd bij de geboorte dan wel gezien als meisje, maar voor Ryan zelf heeft dit misschien nooit echt geklopt.

Hoe kan het wel? Een paar voorbeelden:
-Ryans geboortegeslacht is vrouwelijk, maar hij gaat al enkele jaren als man door het leven.
-“Hoera, een meisje”, dacht de hele familie toen hij werd geboren.
-De verloskundige zei nog: ‘Het is een meisje’, Ryan en zijn ouders weten nu wel beter.
-Alice is opgevoed als jongen, maar zelf weet ze vanaf haar twaalfde dat ze eigenlijk een meisje is.

Contactpersonen hierover

Nora Uitterlinden

Onze standpunten over media

Standpunten media

Credits

Branding & design Cheerleader.studio

Website development Digitmind.nl

Fotografie headers: Tengbehkamara.com